Internettrends van 2011
Ook het Internet kende een sterke evolutie in 2011. Google en Facebook zetten een grote mond op. Wikileaks werd dan weer doodgezwegen. Maar vooral enkele subtiele trends zorgden voor een gigantische verschuiving van onze online beleving. Ik presenteer je: de grootste internethypes van het voorbije jaar.
War on social media
In 2011 brak eindelijk de oorlog uit in het sociale medialandschap. Veel te laat eigenlijk, want Facebook had veel te lang zijn monopolie-imperium kunnen uitbouwen waardoor nieuwkomers genadeloos verpulverd worden.
Het veelbelovende Ekko raakte niet van de grond en stierf een stille dood. En zelfs Google levert een harde strijd om Google+ boven water te houden.
Met reden. Dit jaar brachten mensen namelijk meer tijd door op sociale media dan op startpaginasites, zoals CNN, MSN, Yahoo en AOL. Een belangrijk kantelmoment in de geschiedenis van het Internet.
War on privacy
En daarmee verschuift ook het online advertentiemodel. Waar vroeger vooral inkomsten werden gehaald uit willekeurige banners, zit tegenwoordig het grote geld vooral in… jouw gegevens. Om gerichte reclame te kunnen sturen, willen bedrijven jouw interesses weten. Social media bedient hen hierbij op hun wenken. In 2011 bracht elke gebruiker hiermee gemiddeld bijna 40 euro op. Meer en meer gebruikers beginnen echter te beseffen dat hun privacy hierdoor op het spel staat. Bovenop het bedenkelijk privacybeleid van Facebook kwamen we er in 2011 achter dat veel bedrijven het eigenlijk niet zou nauw nemen met de beveiliging van persoonlijke gegevens.
In april en juni kwam Sony in zijn onderbroek te staan toen duizenden kredietkaartgegevens werden gestolen. En onlangs nog werd duidelijk dat de Belgische gsm-netwerken kwetsbaar zijn voor hackers.
War on censorship
Waar in 2011 helemaal geen ruchtbaarheid aan werd gegeven, was klokkeluiderswebsite WikiLeaks. Het opzet van de Amerikaanse overheid om de website de mond te snoeren slaagde wonderbaarlijk. Zo ging er veel meer aandacht naar het proces rond de uitlevering van de oprichter Julian Assange en bleven de lekken van bestanden over Guantanamo Bay of de Spy Files van maar liefst 160 inlichtingendiensten in de schaduw. WikiLeaks is niet de enige website die af te rekenen had met censuur. In China en Noord Korea is staatscensuur al lang geweten en besproken, maar blijkbaar is de Amerikaanse overheid ook niet zo heilig. In 2011 werden tienduizendend Amerikaanse websites en blogs afgesloten. En geen haan die daar naar kraait.
War on fancy words
Heel wat trends werden in 2011 voorzien van hippe termen.
Alles moest opeens “in the cloud” gebeuren. Dat betekent dat programma’s en bestanden op servers verspreid over de wereld worden bijgehouden, in plaats van lokaal op je eigen computer. Denk hierbij aan online muziekservice Spotify of Google’s Chromebook waarop enkel een veredelde browser terug te vinden is. Een ander buzzwoord was “gamification”: het gebruik van speltechnieken op websites en diensten. Door interactie leuk en uitdagend te maken, worden gebruikers verleid om meer betrokken te zijn. Op Foursquare bijvoorbeeld kunnen zogenaamde “badges” en “mayorships” verzameld worden. Maar niet enkel ontspanningsdiensten passen dit toe. Ook de softwarebedrijven SAP, IBM en Deloitte gebruiken al gamification bij het ontwikkelen van bedrijfssoftware.
The Internet of Things
Ten slotte een voorspelling. We hebben toegang tot het Internet via computers, smartphones en tablets. Maar we staan er niet bij stil dat ook gps-systemen, gameconsoles en audiospelers tegenwoordig geconnecteerd zijn. De trend waar alle mogelijke voorwerpen met elkaar en met het Internet verbonden worden, is al jaren bezig maar begint stilaan voelbaar te worden. Een evolutie die zich volgend jaar zal voortzetten. Tot zelfs je magnetron, je fiets of zelfs je balpen verbonden zullen zijn met het Internet.

